Kosten bepalen

De Algemene Leidraad definieert de kosten van een maatregel als de middelen die nodig zijn om de maatregel te effectueren en in stand te houden (onderhoudskosten). De overige effecten van een maatregel zijn positieve of negatieve baten. Dit onderscheid is van grote betekenis om de baten-kostenratio correct te berekenen.

Highlights:

Alleen de extra kosten ten opzichte van het nulalternatief worden meegenomen. Het gaat om alle kosten gedurende tijdshorizon van de analyse.

Voor MKBA-opstellers:

  • Het verschil tussen kosten en negatieve baten is van grote betekenis om tot een correcte kosten-baten ratio te komen.

Voor beleidsmedewerkers en -adviseurs:

  • Kosten hangen deels af van de bereikte effecten. Zo kost een fiscale stimuleringsmaatregel om het gebruik van openbaar vervoer te stimuleren meer naarmate er meer mensen gebruik van maken.

Kosten kunnen eenmalig zijn of periodiek, vast of variabel. Belangrijk is dat alleen de extra kosten ten opzichte van het nulalternatief worden meegenomen. Kosten hangen deels af van de bereikte effecten. Zo kost een fiscale maatregel om het gebruik van openbaar vervoer te stimuleren meer naarmate meer mensen er gebruik van maken. Het is bovendien goed mogelijk dat pas na het kwantificeren van de effecten een goed beeld van de kosten ontstaat.

Kosten

De investeringen van het project worden geraamd volgens de Standaard Systematiek Kostenramingen (SSK). Daarbij wordt het onderscheid naar aanlegkosten, inpassingskosten en beheer- en onderhoudskosten (inclusief vervangingsinvesteringen) aangehouden. In de verkenningsfase dient voor Rijkswaterstaatprojecten in de MKBA gebruik te worden gemaakt van ramingen van kosten voor zowel aanleg als beheer en onderhoud. Deze kosten moeten getoetst zijn aan de geldende richtlijnen van Grote Projecten en Onderhoud (GPO) van Rijkswaterstaat. Let erop dat de risico-opslag die eventueel in de SSK-raming zit, niet als kosten meegenomen wordt in de MKBA. Deze kosten hebben geen welvaartseconomische grond.

Aanlegkosten

De aanlegkosten moeten worden opgenomen inclusief de btw. In de aanlegkosten horen ook kosten voor mitigerende en compenserende maatregelen omdat deze vanuit wetgeving vereist zijn. Tevens dienen de projectgebonden apparaatskosten (van Rijkswaterstaat, ProRail) te worden meegenomen. Om de projectgebonden apparaatskosten te bepalen worden de normen gehanteerd die ook gelden voor de doorbelasting naar de opdrachtgever.

Vervangingskosten

Bij gebruik van een ‘oneindige’ zichtperiode dient rekening te worden gehouden met de technische levensduur van de aan te leggen infrastructuur. Deze is niet eenduidig vast te stellen, aangezien de verschillende onderdelen (betonconstructie, mechanische onderdelen zoals een sluisdeur en ICT-bediening) een verschillende levensduur kennen. Om met deze verschillen rekening te houdenmoet voor elk van de hoofdonderdelen van de investering een vervangingsritme worden vastgesteld. In de analyse dient dan rekening te worden gehouden met een vervanging van het desbetreffende onderdeel, voor een bedrag ter grootte van de oorspronkelijke kosten van dat onderdeel van de aanleg.

Kosten van grond

Bij het bepalen van de aanlegkosten dienen de kosten van het extra grondareaal dat nodig is voor de infrastructuur te worden meegenomen, ook als er geen sprake is van een transactie om deze grond te verwerven. Bij de waardering van de grond is de waarde van de grond bij alternatief gebruik het uitgangspunt, bijvoorbeeld landbouwgrond, bedrijventerrein of woningbouw. Dit is de netto contante waarde van de toekomstige opbrengsten van de grond in de referentiesituatie.

Kosten voor inpassingsmaatregelen

Aanvullende inpassingmaatregelen zijn bovenwettelijke maatregelen die bijvoorbeeld voortkomen uit het bestuurlijk overleg. In de MKBA dienen de kosten van deze inpassingmaatregelen expliciet te worden vermeld. Voor zover mogelijk geldt dat ook voor de baten die hiermee gepaard gaan. Complicerende factor hierbij is dat in de MER wel wordt geïdentificeerd welke mitigerende maatregelen nodig zijn, maar dat de effecten van de mitigerende (en compenserende) maatregelen vaak niet expliciet worden vermeld.

Kosten beheer en onderhoud

De kosten van beheer en onderhoud voor nieuw aangelegde infrastructuur moeten in kaart gebracht worden, als verschil met de kosten van beheer en onderhoud in het nulalternatief. Het uitgangspunt is de life-cycle-cost-methode (LCC). In de verkenningsfase dient gebruik te worden gemaakt van ramingen van kosten voor zowel aanleg als beheer en onderhoud, die zijn getoetst aan de geldende richtlijnen van Grote Projecten en Onderhoud (GPO) van Rijkswaterstaat.

Financiële effecten gebiedsgerichte projecten

Voor de MKBA van gebiedsgerichte projecten kan ook de Werkinstructie Van GREX naar MKBA behulpzaam zijn. Daarin staan de bewerkingen die de gegevens uit de grondexploitatie moeten ondergaan voor toepassing in de MKBA. De grondexploitatie bevat de financiële effecten van het project. De MKBA bouwt daar op voort door de overige maatschappelijke effecten eraan toe te voegen.

Prijzen

In de MKBA dient te worden gerekend met consistente prijzen. De afspraak is om projecteffecten te waarderen op basis van marktprijzen, dat wil zeggen inclusief btw en andere kostprijsverhogende belastingen. Is het btw-percentage niet bekend, dan kan gebruik worden gemaakt van een gewogen gemiddeld percentage.

Ga naar

<<   vorige pagina  |  volgende pagina   >>