Welke discontovoet(en) moet(en) worden toegepast in business cases?

Het advies van de Werkgroep discontovoet (2020) heeft betrekking op MKBA’s, niet op (publieke) business cases. Voor een business case moet volgens de handreiking publieke business cases (Ministerie van Financiën, 2020) in beginsel een projectspecifieke marktconforme (nominale) discontovoet worden gebruikt, omdat in een business case met nominale kasstromen wordt gerekend. Deze discontovoet is dus niet gelijk aan de voorgeschreven reële discontovoet voor MKBA’s uit het advies van de werkgroep. Bovendien kan de projectspecifieke marktconforme discontovoet verschillen van de voorgeschreven discontovoeten.

De basis voor de projectspecifieke discontovoet voor private business cases vormt de weighted average costs of capital (WACC). Voor publieke business cases is de WACC van een onderneming die actief is in de sector waartoe het project gerekend een bruikbaar vertrekpunt. Ook kan de discontovoet voor een min of meer vergelijkbaar recent project worden gebruikt als benchmark voor een projectspecifieke marktconforme (nominale) discontovoet.

Wanneer het niet mogelijk is een projectspecifieke marktconforme (nominale) discontovoet te bepalen, zoals vaak het geval zal zijn voor interne business cases met alleen kosten, kunnen de discontovoeten voor MKBA gecorrigeerd voor inflatie worden gebruikt of indien er geen meerwaarde is voor het gebruik van nominale waarden volledig worden aangesloten bij de discontovoeten voor een MKBA.

De nieuwe discontovoet heeft alleen consequenties voor de disconteringsvoet in business cases als er geen marktconforme rente kan worden bepaald. Echter de discontovoet is in het nieuwe advies naar beneden bijgesteld als gevolg van de dalende marktrente. De dalende marktrente heeft ook invloed op WACC. Daardoor zullen business cases gemiddeld ook met lagere discontovoeten te maken krijgen. Voor een nadere toelichting zie het rapport Factsheets Q&A discontovoet 2021.